Kamermeerderheid wil chatbots verbieden voor basisschoolleerlingen
Volt en CDA vragen het kabinet om een verbod op generatieve AI voor leerlingen in het basisonderwijs. De partijen achter de motie hebben samen 88 zetels, maar de staatssecretaris wil dat de Kamer tegenstemt.
Volt-leider Laurens Dassen en CDA-Kamerlid Etkin Armut dienden donderdag een motie in die basisschoolleerlingen het gebruik van generatieve AI moet verbieden. Dat is AI die op verzoek tekst, video of muziek maakt, zoals ChatGPT, Gemini, Claude en Copilot. Kamerleden van acht andere partijen tekenden mee, onder wie die van D66, PRO en JA21. Samen hebben ze 88 zetels. Er is nog niet over de motie gestemd.
De indieners zijn bang dat kinderen minder leren zelf na te denken als ze te vroeg een chatbot gebruiken. Dassen wil dat leerlingen eerst goed leren lezen, schrijven en rekenen. Staatssecretaris Judith Tielen vraagt de Kamer tegen te stemmen. Zij wil eerst haar plan voor digitalisering in het onderwijs afmaken, en vindt dat leerlingen wel kennis moeten maken met AI.
Een motie verplicht het kabinet tot niets, dus ook bij een meerderheid geldt niet meteen een verbod. Onduidelijk is ook of het verbod verder gaat dan de klas en bijvoorbeeld huiswerk raakt. De motie sluit niet uit dat kinderen over AI leren. De nieuwe onderwijsdoelen willen dat leerlingen verantwoord met AI leren omgaan, en volgens TPO botst het voorstel daarmee. In Noorwegen wil de regering kinderen van 6 tot 13 jaar vrijwel helemaal van deze AI weghouden, zo maakte de premier in juni bekend.
Wat betekent dit voor de werkvloer?
Leraren zouden dit verbod in de klas moeten uitvoeren, terwijl ze ook over AI moeten lesgeven. Groep 8-leraar en onderwijskundige Barend Last vreest dat een breed verbod ook de chatbots in lesmethodes raakt. De PO-Raad deelt de zorgen, maar wil liever afspraken met het ministerie dan een totaalverbod. Volgens een motie uit juni had 5 procent van de scholen in het basis- en voortgezet onderwijs AI-beleid. Dassen wil dat het kabinet met het onderwijs in gesprek gaat over goede bijscholing van leraren, en dat het onderzoekt hoe vervolgopleidingen nog aansluiten op de arbeidsmarkt.